Rond 5500 voor Chr. waren zowel de zeespiegel als de grondwaterspiegel een flink eind gestegen (met zo’n 75 centimeter per eeuw). Het huidige Nederland was rond 6500 v Chr. aan zee komen te liggen en de kust bestond uit strandwallen en achterliggende getijdegebieden. 

De rivierdelta van de Rijn en Maas kwam oostelijker te liggen en in de kronkelige rivierlopen groeiden moerasbossen, die grotendeels bestonden uit elzen. Door het stijgen van de grondwaterspiegel ontstonden landinwaarts de eerste laagveengebieden; in Zuidoost-Groningen en Drenthe ontwikkelden zich op de slecht doorlaatbare keilemen ondergrond hoogveen.

De nog altijd rondtrekkende mensen leefden van de jacht op wilde zwijnen, edelherten, otters, bevers, oerrunderen en elanden. Ook plukten ze hazelnoten, bramen en waternoten. Lokaal begonnen ze dennen en berken af te branden om houtteer te maken, waarmee ze bijvoorbeeld vuurstenen pijlpunten op houten staken vast konden zetten.

Bronnen:
http://www.geologievannederland.nl
https://archeologieinnederland.nl
Deltares