De strandwallen die vanaf 3500 v Chr langs de gehele kust ontstaan zijn sluiten het achterliggende land steeds meer af.  De zeespiegel blijft stijgen, maar de stroming en de branding voeren zoveel zand aan dat het strand en de duinenrij sneller ophogen dan de zeespiegelstijging. De kustlijn verplaatst zich hierdoor zelfs enkele kilometers de zee in. 

De kustlijn wordt alleen onderbroken door het West-Friese gat bij Bergen, het Oer-IJ bij Castricum en de mondingen van de Oude Rijn (bij Katwijk), de Maas en de Schelde. Vergeleken met 2750 v Chr is de vooral in Zeeland en West-Friesland de invloed van de zee sterk afgenomen.

Oud-Texel en de rest van Nederland zijn met elkaar verbonden. Er stroomt een veenriviertje vanaf de keileemheuvel bij Den Hoorn naar het westen, richting zee. 

Tussen de kustlijn en het hoger liggende (pleistocene) land in het oosten gaat de veenvorming in hoog tempo verder. Rond 1500 v Chr is half Nederland met veen bedekt. Het gehele West-Nederlandse kustlandschap is veranderd in één groot veenmoeras. In het IJsselmeergebied zijn grote meren ontstaan die in de loop van de tijd nog verder groter worden door de afslag van de oevers.

Bronnen:
http://www.geologievannederland.nl
Arnoldussen e.a. Atlas van het Holoceen
Deltares